Ik heb nooit lang voor de spiegel gestaan als ik naar mijn werk ging. Meestal was ik na mijn ochtendritueel plus vijftien minuten make-up opsmeren klaar om de deur uit te gaan. Al met al had ik tussen de vijfentwintig en de veertig minuten om me klaar te maken. Ontbijten deed ik onderweg of op mijn werk.

Moeders mooiste

Mijn moeder droeg altijd make-up. Ze ging nooit zonder de deur uit en zodra ze wakker was ging ze douchen en daarna werd er haastig naar haar make-uptas gegrist. Oogpotlood, mascara, rouge, lipliner, lippenstift en een oogschaduwtje. Iedere dag.

Toen ik voor het eerst naar een schoolfeest in de plaatselijke discotheek ging was het mijn moeder die me introduceerde in de wereld van mascara. Ze wilde mijn features accentueren. En hop, nog een likkie lippenstift erbij. Ik was voor het eerst opgemaakt en was klaar om te gaan.

De keren erop ging ik ook met make-up, want dat hoorde een beetje bij uitgaan naarmate je wat ouder werd.
Samen met vriendinnen naar de HEMA om donkerbruine lipliner te halen, metallicblauwe oogschaduw op van dat vieze vettige oogschaduwtorentje en mijn haar strak achterover van de gel. 

Grindtegel

Als puber vers in de brugklas had ik plots last gekregen van jeugdpuistjes en was ik gezegend met een “grindtegel” op mijn voorhoofd wat menig scholier als argument gebruikte als ik mijn grote waffel weer eens moest houden. “Bek houwe, puistenkop!”. Dat maakte me onzeker.

Gelukkig kende ik destijds het woord foundation nog niet en beperkte ik het gebruik van make-up tot (school)feesten. 

Pas een paar jaar later toen ik een opleiding deed hield ik me op dagelijkse basis bezig met make-up. Bloedonzeker over mijn uiterlijk was het make-up waar ik me achter kon verschuilen. Lelijk vond ik mezelf met en zonder make-up, maar mét make-up zag ik iemand in de spiegel die ermee door kon.
Ik was daarom ook altijd bezig met de zoektocht naar de bevestiging van anderen. Van jongens.
In de hoop mezelf er onbewust van te kunnen overtuigen dat ik wél knap was. Zelfacceptatie kwam niet voor in mijn vocabulaire.

Lelijk eendje

Oh wat vond ik mezelf toch lelijk. Vooral door die puistjes. Laten we niet vergeten dat ik uit een tijd kom waarin puistjes nog als ‘vies’ en ‘onverzorgd’ werden bestempeld.

Bij mijn oma thuis stond ooit eens een tekenfilm op: ‘Beverly Hills Teens’. De aflevering ging over een van de hoofdkarakters die een puist op haar voorhoofd had en hoe alle anderen haar daarmee belachelijk maakten. En denk maar niet dat daar een diepe les achter zat. Nee, dat was gewoon het concept van de aflevering. Ze moest zich er daadwerkelijk voor schamen.

Daarnaast was mijn moeder haar hele leven onzeker over haar uiterlijk. Ze wilde niet zonder make-up gezien worden, je mocht niet aan haar haar komen en ze vroeg altijd hoe ze eruit zag.

Toen ze wéér eens zei dat ze zichzelf lelijk vond, besloot ik eens niet te beargumenteren waarom dat niet zo was. Want er was me iets opgevallen. Iedereen om ons heen zei altijd al dat ik zo op mijn moeder leek. Maar als mijn moeder zichzelf lelijk vond en mensen mij op haar vonden lijken… hoe zag ik er dan uit?
 
Van foundation en rouge maakte ik inmiddels gretig gebruik. 
Lekker je hele hoofd in één kleur plamuren en links en rechts een dot knalroze poeder ,,om jezelf wat kleur te geven”. Als je in die periode een onzeker clowntje over straat zag trippelen dan heb je dikke kans dat ik dat was.

make-up ginny ranu

Hormonenbom

Toen mijn jeugdpuistjes met behulp van de Diane-pil mijn voorhoofd verlieten, bleek er een strak gave huid achter schuil te gaan. Ik blij!
Één onzekerheid minder die de weg naar ultieme bevestiging bereikbaar maakte.

Tot ik een paar jaar later met de Diane-pil stopte, omdat ik deze al vier (!) jaar slikte en ik over ging op een andere pil. 
Mijn voorhoofd bleef gespaard, maar vanaf dat moment had ik alleen nog maar gigantische ontstekingen op mijn wangen. Een soort muggenbulten, maar dan in de vorm van onderhuidse acné.
Waarschijnlijk door de hormoonverstoring van de pil met een combinatie van stress en opgekropte emoties. 
Mijn vader overleed in 2005 plots aan een hartaanval, na twee weken ging ik weer naar school en thuis werd er nauwelijks over gesproken. 

Puistjes op je voorhoofd verhul je makkelijk met een pony of een pet.
Acné op je wangen valt haast niet weg te moffelen. 
Maar, zo leerde ik, met foundation kom je een heel eind. Dus er ging nog meer make-up op mijn gezicht. Helemaal dichtgekit ging ik ‘s ochtends de deur uit. Als ik ging stappen vermeed ik felle lampen en hield ik altijd make-up bij me voor als de boel zou smelten van de hitte in de club. Als er een vriendje was, dan werd er met make-up op geslapen, want als hij zou zien hoe ik eruit zag zonder zou hij ongetwijfeld hard wegrennen.
Wanneer er snel boodschappen gedaan moesten worden, wilde ik me eerst opmaken voordat ik mijn huis verliet. Je weet maar nooit wie je tegenkomt. Ik werd afhankelijk van make-up.

Make-up als masker

Make-up werd een middel om mijn onzekerheid te maskeren en een product om me achter te verschuilen. Wat je niet ziet dat is er niet. Maar ik hield natuurlijk niemand voor de gek, behalve mezelf.

Onbewust doe ik al jaren aan exposuretherapie. Mezelf blootstellen aan mijn angsten. Daar kwam ik onlangs pas achter, maar ik deed het al veel langer. 
Zo bedacht ik me jaren geleden dat het toch wel heerlijk zou zijn als ik gewoon even snel naar de supermarkt kon lopen, zónder me eerst op te hoeven maken. Dus ik deed dat. Ik wilde me niet meer verschuilen achter een laag make-up. Maar ja, wat zouden de mensen die mijn kennen of mensen op straat van mij vinden? 
Nou… helemaal niks, bleek. 

Ja hooguit kwam ik iemand tegen die vroeg of ik moe of ziek was, omdat ze me nooit zonder make-up zagen, dus ja, dan kan het contrast wat verschillen. 
Maar verder kon het niemand wat schelen. Wat zeg ik, ik kreeg steeds vaker complimenten dat ik er goed uitzag. En dan had ik geen make-up op.

Wat voelde dat heerlijk. Ik ging zelfs naar da club zonder make-uppie.

Onverzorgd

Het tegenargument om wél make-up te dragen ging van mijn onzekerheden verschuilen, naar ‘ja, maar ik moet er verzorgd uitzien’, dus droeg ik het nog wel op naar werk. Maar make-up maakt niet dat iemand er wel of niet verzorgd of representatief uitziet.
Wordt dat wel eens tegen mannen gezegd? Nee.
De een is gezegend met een egale huid, de ander heeft sproeten, grove poriën, weer een ander littekens en acné. Geen van deze uiterlijkheden staat voor een wel of niet verzorgde huid.

Een onverzorgde huid is een huid waar de mascarastrepen van de avond ervoor nog traceerbaar zijn en waar de vlekkerige bronzerranden meer slecht dan goed doen. Een naturelle huid is geen onverzorgde huid.

Het oog wil ook wat

Ja, we zijn visueel ingesteld, maar je huid definieert niet onomstotelijk wie je bent of hoe je voor jezelf zorgt. Mensen die gezond eten kunnen ook acné krijgen. Mensen die iedere dag chocola eten kunnen ook een puntgave huid hebben.

We beoordelen elkaar nou eenmaal op uiterlijk. Op het eerste gezicht in ieder geval. Daarna gaat er vaak wat kennis en wijsheid ‘aan’ en kunnen we onze eerste indruk weerleggen door er geen waarde aan te hechten. Dat is dan ook wat ik zo belangrijk vind als we het hebben over dit onderwerp.

Make-up is geweldig. Je kunt je er, als je wil, achter verschuilen, maar ik hoop dat je weet dat het niet hoeft. Make-up zou je geen beter gevoel moeten hoeven geven over jezelf, want je bent gewoon al goed genoeg.
Je kunt het gebruiken om je features extra aan te zetten, je kunt het gebruiken om mee te spelen. Kortom er zijn honderden redenen om make-up te gebruiken. 

Zelf gebruik ik ook nog steeds make-up, maar ik ga ook zonder de deur uit.
Ik verschuil me er niet meer achter. Foundation heb ik alleen nog op als ik een fotoshoot heb. Daarna moet het er zo snel mogelijk af.

En als ik die kale make-uploze kraalogen weer eens op een foto zie denk ik misschien eerst “oeh meid, je kan wel een make-uppie gebruiken”, maar daarna zie ik mezelf. Zoals ik ben. Ga en sta ik zonder make-up waar ik wil.

En dat geeft me meer vrijheid, dan al die schmink uit een doosje me ooit zal geven.

*miniscule disclaimer: Deze meid gaat graag zonder make-up de deur uit, maar de wenkies gaan altijd op. Zonder heb ik geen uitdrukking en laat dat nou wél belangrijk voor me zijn.

Meer lezen over je goed voelen zoals je bent? Klik: HIER